De auteur (Roeselare, °1960) van deze blog is musicus (piano, orgel, koor), musicoloog (KULeuven, PhD 2014) en classicus (KULeuven, MA 1983, spec. Grieks, kandidaat PhD 2016 - ).
Beroepshalve geeft hij les (Latijn, Grieks, esthetica) aan het Klein Seminarie te Roeselare.
Naast freelancer als klavierbegeleider en muziekwetenschapper is hij lid van de Adriaen Willaert Stichting / Foundation (Roeselare) en van de Guido Gezellekring.

Op deze blog verken ik bij voorkeur domeinen van 'het onbesliste', i.h.b. deze waar ethiek & esthetiek, verhaal & wetenschap,
retoriek & filosofie elkaar kruisen.
Meer duiding hierover vindt de lezer op de introductiepagina van elk label.

wetenschappelijke bijdragen:

academia.edu




zaterdag 18 oktober 2014

Tibullus spreekt krasse taal

Leterme legt ons oog te luisteren…


1. Een oefening in ‘kalligrafische hermeneutiek’
2. Yves Leterme, Litterae (2014)
3. Gestural writing als quasi muzikaal gebaar


1. Een oefening in ‘kalligrafische hermeneutiek’ 
Ik positioneer de kunstkaart en geef me vijf seconden voor een eerste impressie. Ik zie: contrast. Van rechtsboven naar linksonder: voorgrond, orde, drukletters, kapitalen. Van linksboven naar rechtsonder: achtergrond, chaos, gekras en kraaiepoten. Coloriet: idem. Een gevecht om de suprematie tussen onzalig zwart en een bruin van de onverkwikkelijke soort, dit alles tegen een kille achtergrond van wit-grijstinten.  Algemene indruk? Hier is iets niet pluis. Bad news! 
Van zien naar kijken: moet kunnen in 10 seconden. Ik kijk aan tegen…
twee letterwerelden. De dominantie van een zwart vlak dwingt mij te vertrekken vanuit de rechterbovenhoek. Tegen de natuurlijke leesrichting in. Een loodrechte pijl stuurt mijn blik neerwaarts langs ongelijke letters. Ik beland bij iets als een woord in donkerbruine kleur, dit keer met een gelijkmatige typografie. De lettergroep wil iets duidelijk wil maken. Wát? Geen idee. Maar de boodschap gaat in ieder geval de perken van een 21’x15’ te buiten. 
Ik bekijk de kleine letters van nabij. Dat kost wat meer tijd. Wat achtergrond leek, blijkt tekst te zijn. Die komt vanuit het beeldvlak op ons af: van vaag grijs naar scherp en donker. In drie overlappende lagen, door de kapitalen heen. Opnieuw gaan de woorden de marges te buiten. De schriftstijl oogt nerveus. De ductus verraadt gecontroleerde woede. Geen vertwijfeling, veeleer ontreddering. Als iets dat, hoe pijnlijk ook, dient gezegd en geschreven. En, hoe pijnigend ook,  herhaald.
Stijgen de regels uit de basis op? Of dalen ze als neerslag uit een onweerachtige hemel, het ‘aeschrografische’ vandalisme waaraan de bovenhelft van de kaart ten prooi gevallen is? Krassen, spatten, spastische krabbels: razernij heeft zich van de letteraar [1] meester gemaakt. Zijn pen is het papier te lijf gegaan als een moordwapen. Meermaals, heen en terug, steeds krachtiger en dieper, witte en grijze littekens nalatend. Totdat de witkartonnen huid uiteindelijk bruine inkt afgaf, als bloed uit een wonde.  
Van kijken naar lezen ervaren we de twee letterwerelden  – die van het handschrift en die van de drukletter –  als contrasterende atmosferen. Enerzijds ‘zien’ we kreten & gefluister. Een mens van vlees en bloed, heen en weer geslingerd tussen razernij en ontreddering, tracht naar best vermogen emoties, waar hij niet langer greep op heeft, te kanaliseren en te ventileren. Anderzijds is er de tegelijk kille en dreigende onpersoonlijkheid waarmee dit menselijk leed geobjectiveerd wordt tot een zaak van ‘kapitaal’ belang… Woede verzakelijkt tot oorlogsverklaring. 
Tijd om te lezen, dus. Of toch voor een poging daartoe. Het zwarte vlak met pijl leest bij nader toezien als een 'E'. Dat levert de nietszeggende lettergroep ‘e-x-s’ op. We freewheelen even:  in omgekeerde richting lees ik ‘s-X-e’, het straight edge-symbool (?), en er is de gestaltpsychologische associatie met ‘S-E-X’ (?). Nee, de combinatie met de resterende kapitalen ligt meer voor de hand, want dat levert een véélzeggende term  op: ‘EXSECRATIO’. Het Latijnse woordenboek legt uit: 
Exsecratio, -ionis, v.: 1. verwensing, vervloeking, 2. met verwensingen (voor het geval men de eed verbrak) gepaard gaande eed.
Daarom dus zo formulair, dominant, ‘vanuit de hoogte’ en tegelijk ietwat raadselachtig! Dit moet de leessleutel zijn voor het geheel. Een en ander strookt in ieder geval met wat we zintuiglijk ervoeren: woede en hulpeloosheid gestroomlijnd tot wraakactie.
De fragmentaire tekst is een heuse paleografische uitdaging. Patchwork van enkele goed leesbare woorden loodst ons binnen in een (op het animale af) fysieke hallucinatie: tristia (ellende) / dapes (dis) / sanguinea (bloederig) / felle (gal) / furens (furieus) / strix (uil) / fame (honger) / asper (bitter) / nudis (naakt). Minder leesbaar is het laatste woord: ‘canum’ (honden). Wat is hier gaande? Wie de eed verbroken heeft, is duidelijk niet zomaar iemand. Dit is een persoonlijke kwestie. Hier is liefdespijn in het spel. Maar, we hoeven de details niet te kennen, meent de man met de calamus: Je hoort wat je ziet, je ziet wat je hoort: de helse vervloeking van een gebroken hart. Dat volstaat.
Wie alsnog meer wil weten, kan terecht op de ommezijde van de kunstkaart. Het betreft vier disticha uit een elegie van de Romeinse dichter Tibullus (1ste eeuw n.C.). Ik vind er het woord ‘exsecratio’ niet terug, wel tal van allusies op Hecate, godin van de tovenarij. Dit doet me nadenken over de positie van de letteraar als intermediair. Met deze problematiek sta ik op het punt mijn amateuristische oefening in  – vergeef het mij –  ‘kalligrafische hermeneutiek’ af te ronden. 
Op weg van (her)lezen en (herbekijken) naar de esthetische beleving beland ik eindelijk in het domein van het onbesliste (cf. mijn Intro - L). Daar maakt het niet uit of de kalligraaf de auteur of de lezer de letteraar begrepen heeft. ‘Contemplatie’ wordt ‘speculatie’ wanneer ik mezelf op sleeptouw laat nemen door twee conceptuele beschouwingen bij deze toch wel eigenzinnige presentatie van Tibullus’ verzen. De eerste heeft betrekking op de beleving van de tijd, de andere op het zwarte vlak als initiërend aandachtspunt.
Om te beginnen intrigeert mij de vraag wat er volgens de letteraar het eerst bij de dichter opkwam: de rituele vervloeking, de woede-uitval of de ontreddering? Het mooie aan de grafische aanpak is dat de druklagen elkaar op zo’n manier overlappen, dat het nauwelijks mogelijk is een onderscheid te maken tussen chronologische tijd en beleefde tijd. Was het ritueel uit de hand gelopen,  met een litanisch geprevel van verwensingen tot gevolg? Of was dit laatste ontaard in hysterie en naderhand in verbale voodoo?
Keren we, ten slotte, terug naar het initiële aandachtspunt  – het zwarte vlak rechtsboven –  dan dringt zich opnieuw de vraag op: waarom zo opdringerig, en waarom niet linksboven, zoals de natuurlijke leesrichting gebiedt? En is die letter ‘E’ alleen maar neerwaarts georiënteerd om een kijkwijzer te vormen met de ‘x’?
Ik neem  – letterlijk –  afstand van de kaart en laat mijn ver-beeld-ing de vrije loop. Het is niet moeilijk die zwarte rechthoek te interpreteren als onheil dat boven iemands hoofd hangt en naderhand uitgesproken wordt. Maar, hoe meer ik kijk en hoe minder ik lees, hoe sterker de intuïtie, dat de 'E' niet alleen een grafisch maar ook picturaal karakter heeft. De beentjes zetten niet alleen een neerwaartse leeslijn in, zij lijken ook op de openstaande poort van een duister krocht . Misschien wel een goddelijk oord, daar hoog in de hoek, misschien wel de woonst van tovenares Hecabe. Of het hok van haar spookhonden in het gedicht. Die kondigden, volgens de legende, haar komst aan met angstaanjagend gehuil en geblaf. Dan zijn die oorverdovende krassen, spatten en spastische krabbels van die beesten afkomstig, die vanuit hun hok op ons afstormen en waarvan we steeds duidelijker de bruine pels zien en het klank herkennen: een nauwelijks leesbaar ‘exsecratio’
Misschien, misschien ook niet. Elke dag zag en las ik anders…

2. Yves Leterme, Litterae (2014)
Op de hoek van mijn werktafel ligt steeds een kijkboek, gedichtenbundel of een scheurkalender met verzen, citaten of gedachtesprokkels. Opengeslagen op een bepaalde pagina, gedurende enkele dagen. Een ideetje van een collega: even relaxen na de verplichte, vaak routineuze arbeid. De afgelopen dagen koos ik voor deze kunstkaart. Morgen ga ik immers op bezoek bij kalligraaf Yves Leterme. Hij houdt nl. opendeurdagen in zijn atelier aan de Praterstraat in Brugge. Dit in het raam van Buren bij Kunstenaars. In de ondertitel van deze post schrijf ik 'Leterme'. Oneerbiedig? Neen. ‘Yves’ is voor mij de immer innemende kerel met wie ik samen klassieke filologie studeerde. We startten zelfs als kotgenoten en bleven ook de daarop volgende jaren in elkaars buurt. Dat schept een band, natuurlijk. Maar, nu ga ik toch vooral af op de naam ‘Leterme’, intussen een begrip in de internationale wereld van wat vandaag ‘lettering’ genoemd wordt. Als artistiek en toegepast/commercieel kalligraaf, maar ook als docent. 
Het werkstuk dat we onder de loep namen, maakt onderdeel uit van Litterae (2014), zijn recentste project. Een project waarin hij zijn artistieke meesterschap botviert op zijn oude liefde: de Latijnse literatuur. Het betreft een verzameling van 24 kunstkaarten in vierkleurendruk, formaat 21x15 cm. Aan de voorzijde onderwerpt hij telkens een Latijns citaat aan een passende kalligrafische schrijfstijl. Op de keerzijde vind je, naast illustraties en een verwijzing naar de bron, een weergave van het citaat in het Latijn, Nederlands en Engels. De box bevat tevens een boekje met verhelderende achtergrondinformatie over de auteurs, hun werk en het fragment in kwestie. Er wordt ook een tipje van de sluier opgelicht met betrekking tot de kalligrafische aanpak van iedere kaart. Meer informatie hierover en over de kunstenaar vind je op zijn website en blog.

3. Gestural writing als quasi muzikaal gebaar
Er zit beslist meer verscholen in dit enigmatische kijkplaatje. Aan jou om dit en andere pareltjes van lettering te verkennen. Normaal beperk ik mij tot het esthetische plezier zo’n kaart in mijn gezichtsveld te hebben. Naar aanleiding van mijn bezoek nam ik mij echter voor om, als niet-kalligraaf, eens het soort van ‘neocontemplatieve’ strategie toe te passen dat ik in mijn kijklessen esthetica en leeslessen lyriek vooropstel: zien - kijken - lezen - herlezen - beleven. Deze methode wil voorkomen dat de leerling meteen naar betekenis hengelt ten koste van de kunstzinnige ervaring. (Daarom laat ik ook hier overigens de historische en inhoudelijke wetenswaardigheden bij Tibullus’ werk aan de nieuwsgierigheid van de lezer.)
Dat ik deze interpretatieoefening, die hopelijk niet te schools en te ontluisterend was, precies op Letermes kunst wou toepassen, heeft ook een tweede reden: de specifieke schrijftrant waarmee hij zich in de wereld van de kalligrafie overtuigend gepositioneerd heeft, m.n. gestural writing.[2] Los van de artisticiteit waarmee de tekst gepresenteerd wordt, gaat het essentieel om deconstructie en reconstructie van woord en letter. Hierbij zijn drie factoren cruciaal, leren we uit aankondigingen van zijn workshops: premeditatie, soepelheid van geest en pols, en een scherp oog voor detail. Je zou kunnen stellen dat de kalligraaf mentaal en motorisch bezit neemt van de letter en deze weerom vrijgeeft, verrijkt met de meerwaarde van zijn individualiteit. Hoe dit in zijn werk gaat, toont hij op virtuoze wijze in een aantal videos. Als musicus en musicoloog kan ik niet anders dan deze aan te prijzen waarin Leterme de grens tussen visuele en auditieve kunsten overbrugt: Beethoven herschreven [3] Ariadne [4] en Orpheus en Euridice [5] (alle drie gerealiseerd in 2012).
Welnu, hoe vaker ik deze video's bekijk, hoe meer ik raakpunten zie tussen deze discipline en waar ik zelf momenteel op focus: de gestiek van het pianospel. Zowel artistiek-technisch en psychomotorisch als esthetisch-affectief. Gestural writing als quasi-muzikaal gebaar: ik wil het er met hem over hebben. Mogelijk resulteert dit wel in een vraaggesprek. Vroeg of laat.


[1] Het meer omvattende 'lettering' als alternatief voor kalligrafie nodigt mij hier uit tot de betekenisverruiming van 'letteraar' (zetter van tekst in stripverhalen) tot beoefenaar van lettering als grafische kunst. 
[2] Definitieve internationale bevestiging: het boek Thoughtful Gestures. The Calligraphy of Yves Leterme (2011).
[3] Yves Leterme kalligrafeert bij de eerste beweging van Beethovens Sonate No. 8 ‘Pathétique. 
[4] Project met de harpiste Andrea Voets rond The Crown of Ariadne van de Canadese componist Raymond Murray Schafer (°1933). 
[5] Project met de harpiste Andrea Voets rond genoemde mythe en Pour le tombeau d'Orphée, een werk voor harp solo van Marius Flothuis uit 1951.